Datum: 05 - 10 - 09
Wie zich schuldig voelt helpt een ander snel
AMSTERDAM - Inzicht in wat goed gedrag is, leidt niet tot goed gedrag. Een offensief om de 'hufterigheid' van Nederlanders een halt toe te roepen, heeft daarom weinig zin.
Dat is de conclusie van Mark Meerum Terwogt, hoogleraar prosociaal gedrag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, die twee jaar lang duizend schoolkinderen in de leeftijd van negen tot twaalf jaar bevroeg op moraliteit en prosociaal gedrag. Moreel inzicht zorgt er volgens hem vooral voor dat mensen zich beter gaan voordoen dat ze zijn. Vandaag presenteert Meerum Terwogt zijn bevindingen in Amsterdam tijdens het symposium Prosociaal gedrag in buurten, op scholen en in bedrijven, georganiseerd door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Prosociaal gedrag is een helpende actie die een ander voordeel oplevert maar de helper niet.
Meerum Terwogt ontdekte ook dat bepaalde emoties wel grote invloed hebben op het al dan niet helpen van anderen. Hij zag dat vooral kinderen die zich gemakkelijk schuldig voelen en kinderen die goed in staat zijn zich in een ander in te leven geneigd zijn te helpen. "
Zonder die emotionele invulling komt er niets van de grond. Je kunt dan wel weten hoe je moet handelen, maar dat is duidelijk niet genoeg."
Meerum Terwogt kwam tot zijn conclusies nadat hij aan kinderen zelf had gevraagd of ze anderen vaak te hulp schoten en tegelijkertijd aan alle leerlingen vroeg de kinderen in hun klas aan te wijzen die anderen vaak helpen. De uitkomsten van de zelfbeoordelingsvraag en het door anderen geobserveerde gedrag bleken nauwelijks verband met elkaar te hebben. Meerum Terwogt: "
Inzicht in waarom je bepaalde dingen zou moeten doen of laten, leidt er dus toe dat je vaker zegt dat je anderen zult helpen; maar helaas niet dat je dat ook daadwerkelijk doet."
In navolging op zijn bevindingen wil Meerum Terwogt vandaag dus ook duidelijk maken dat het niet veel zin heeft te pleiten voor een moreel offensief om de zogenaamde 'hufterigheid' van de Nederlander een halt toe te roepen. "
We spreken te vaak over de dingen die we niet moeten doen. Maar het is niet zo dat als je antisociaal gedrag afleert daar automatisch prosociaal gedrag op volgt. Het werkt beter prosociaal gedrag te stimuleren."
Hierop aansluitend wil de hoogleraar een lans breken voor de voor-wat-hoort-wat-gedachte. "
In onze opvoeding staat de onbaatzuchtigheid veel te centraal. Als je iets voor een ander doet dan moet je dat doen omdat je de ander echt wilt helpen: onbaatzuchtig. Maar kinderen en volwassenen mogen best doordrongen worden van de overtuiging dat je er iets voor terugkrijgt als je iets goeds voor een ander doet."
Meerum Terwogt wijst op een onderzoek uit 2000 waarbij aan kinderen werd gevraagd aan een belletje te trekken als een van de klasgenoten iets goeds voor een ander deed. "
Als het belletje ging, was er even aandacht voor de persoon die iets goeds deed. Op een gegeven moment werden deze personen populairder en wonnen ze aan status. Ik pleit ervoor dat wij meer bewust worden van de winsten die prosociaal gedrag oplevert. Dat is helemaal niet erg en het is een stimulans om dergelijk gedrag te vertonen. Denk aan de middenstander die een kopje koffie schenkt. Reken maar dat zich dat dubbel en dwars terugbetaald. Maar het is ook gewoon een aardig gebaar."
Bron:
Nederlands Dagblad » Reageer
(0 Reacties)